De geschiedenis van Kloosterholte is het verhaal van de vijf boerengemeenschappen Kloosterholte, Haverbeck, Honingfort, Gelshof en Gelsbruch. Tot aan de 20e eeuw droegen de dienstzegels van de burgemeester de opdruk "Klosterholte-Haverbeck". Het vee van het klooster Corvey stond in de 11e eeuw in Haverbeck.

Later ontving de familie Schuette de erfenis van Haverbeck die het in 1378, met toestemming van de abt van Corvey, doneerde aan de Johanniterorden. Zij instrueerden de toenmalige beheerder Ludolf Langen om het landgoed te verkopen aan de stad Meppen. Waarschijnlijke was de verkoop van Klosterholte daar ook mee verbonden. Diepenbrock neemt aan dat de Johanniterorden al voor het jaar 1311 het land van de familie Holte gedoneerd kreeg.
De boerengemeenschap Honigfort - het vroegere Honnigfort - werd in de 15e eeuw onder de naam "Feldhausen" genoemd. De toenmalige eigenaar Johan Bruneforth gaf het grondstuk Feldhaus, dat gelegen was vlakbij Haverbeck in de boeren gemeenschap Lotten, over aan de kerkelijke gemeente Haseluenne, welke het landgoed in de 16e of 17e eeuw weer verloor. De echtgenote van Bernhard Honnigfort behoorde tot de familie Gels, die in 1749 eigenaar was van het landgoed. In die tijd leefden er 23 personen.
Gelshof heette in eerste instantie Gelshus en behoorde rond het jaar 1400 toe aan de familie von dem Campe uit Noudike. Deze familie verkocht het in 1404 aan Steven von Heede. Daarna was het landgoed eigendom van Otto von dem Ryne en Conrad von Holthausen die het op 6 januari 1438 verkochten aan de stad Meppen. In 1619 kregen Berndt Gelss en zijn vrouw Anna toestemming van de stad om een huis op het landgoed te bouwen. Vanaf het midden van de 19e eeuw is Gells de enige erfgenaam geweest in Klosterholte. Otto von der Ryne is de laatste persoon geweest die zowel de Gelshof als de Gelsbruch tot zijn bezit mocht rekenen. Hij verkocht Gelshof aan de stad Meppen en de Gelsbruch aan Gerlach Pyl die het op zijn beurt in 1488 door verkocht aan de stad Haseluenne. Vanaf 1570 mocht ook in Gelsbruch gebouwd worden.

In de zanderige heuvels naast de rivier de Hase in Haverbeck vond de slag tussen het leger van Dodo zu Inn- und Knyphausen en dat van de Koninklijke troepen plaats. Dodo's leger vocht tijdens de 30-jarige oorlog, met 1000 mannen te paard en 300 mannen te voet, aan de kant van Zweden. De koninklijke troepen waren in die tijd gestationeerd in Haseluenne. Tijdens deze slag vonden 400 soldaten van Koninklijke troepen de dood en 500 werden gevangen genomen.
Na de 30-jarige oorlog waren de geloofsovertuigingen onduidelijk. Om die reden deed de dominee een onderzoek onder de personen die tijdens Pasen de mis bezochten. Van de 18 families die in Klosterholte/Haverbeck woonden bezochten 54 personen de Paasmis van 1652. Klosterholte/Haverbeck behoorde tot de kerkelijke gemeente Bokeloh en omdat Bawinkel werd geregeerd door andere edelmannen werd er tegenaan gekeken alsof het 'buitenland' was.
Naar aanleiding van het Nederlandse Koningshuis van Oranje moesten de inwoners van Bawinkel vanaf 1674 in 'het buitenland' de mis vieren. Zij vierden dit in Gelshof in de geïmproviseerde kerk van de heer Knueven die werkte op wat tegenwoordig het landgoed Brinker is. Alleen in 1717 liet de Pruisische koning  de katholieken in Bawinkel toe om de mis in hun eigen kerk te vieren. De inwoners van Klosterholte moesten 2,5 km naar de kerk in Bokeloh lopen. De kerkraad instrueerde daarom de toenmalige abt Johann Gelss om aan de bisschop te vragen of zij zich ook met Klosterholte/Haverbeck konden verenigen en aansluiten bij de kerkelijke gemeente Bawinkel. Dit gebeurde pas in 1902.


In 1749 leefden in Klosterholte/Haverbeck 26 families bestaande uit 126 personen. De gemiddelde grote van een familie was 4,8 personen. Van deze 26 families waren er 14 "Heuerleute" (inwoners zonder stuk land). In 1807 had deze boerengemeenschap 146 inwoners, zonder Honigfort en Gelsburch meegerekend. 56 van hen woonden in Klosterholte en 90 in Haverbeck en Gelshof. In 1833 waren er 209 inwoners en 26 woonhuizen in Klosterholte/Haverbeck. In 1855 waren er 191 inwoners en 31 woonhuizen.

Eeuwenlang hoorden Honigfort en Gelsbruch tot de kerkelijke gemeente Haseluenne, terwijl Klosterholte, Haverbeck en Gelshof tot de gemeente Meppen hoorden. In de 19e eeuw viel Gelshof onder het bestuur van Haverbeck. Als een dorp onder het bestuur van Meppen viel, betekende dat dat alle boeren een bijdrage moesten afstaan aan de stad en ze mochten hun landgoederen niet onafhankelijk leiden. De burgemeester van Meppen was tegelijkertijd de rechter en had de bevoegdheid om belangrijke beslissingen te nemen, betreffende onder andere huwelijk en erfenis. In 1628 stond De graaf van Arenberg erop dat het vroegere recht van de landeigenaren, "Landfolge" genaamd, weer ingevoerd moest worden. Dit zou betekenen dat alle boeren verplicht waren om drie dagen lang hand en span diensten te doen. Als reactie weigerden alle boeren van Klosterholte/Haverbeck, maar ook van andere dorpen, om te doen wat hen gevraagd werd. In 1830 ontvingen zij rechtsbijstand en in 1834, tijdens de zogenaamde boeren bevrijding van Hanover, slaagden de boeren van Klosterholte erin om onafhankelijk te worden van Meppen. Twee belangrijke boeren uit het dorp, Gerdes en Schulte, betaalden respectievelijk 1300 en 900 Duitste Daalders. Honigfort betaalde 300 Rijksdaalders aan losgeld aan de kerkelijke gemeente Haseluenne; Dit was 25 keer zoveel als de jaarlijkse contributie.


Jeugdcentrum Klosterholte en voormalig schoolhuis

Tot het jaar 1849 behoorde Haverbeck samen met Noedike, Schwefinger, Varloh, Bramhar, Teglingen, Bueckelte, Lehrte en Helte tothet rechtsgebied Osterbrock, dat een gebied van ongeveer 90 km² in beslag nam. Door financiële problemen besloot Meppen al in 1763 een landverdeling door te voeren. Deze was niet succesvol, omdat de vorderingen veel te hoog waren. Uiteindelijk was de landverdeling van Osterbrock voltooid in 1849 terwijl dat van Gelsbruch al in 1846 klaar was.
Klosterholte/Haverbeck werd op 24 november 1820, toen de brits-Hanoverse regering verkondigde dat elke gemeenschap zijn eigen burgemeester moest hebben, onafhankelijk verklaard. Deze burgemeesters moesten 3 jaar lang de verantwoordelijkheid dragen en de opvolgers werden gekozen. Het oudste kies-register van Klosterholte/Haverbeck dateert van 10 december 1877 en bevat 21 namen die Herman Gerdes herkozen als burgemeester.
In een handboek uit 1897 staat vermeld welke ambten er bestonden in Klosterholte; de burgemeester was Thyen (ook wel Schulte genoemd), zijn assistent was Sand, weeskinderen raadsman was Binker en Schulte functioneerde als vleesinspecteur. Als gevolg van hervormingen in 1935 werden Honigfort en Gelsbruck deel van de gemeente Klosterholte. Volgens volkstellingen in 1935 had Klosterholte 202 inwoners. De gemeente Engelbert-Wald, waar alleen de boswachter en zijn familie woonden, werd deel van Bramhar.
De huidige burgemeester is Bernhard Triphaus.

 

 

Stadt Haselünne | Rathausplatz 1 | 49740 Haselünne | Tel.: 05961/509-0 | EMail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Öffnungszeiten der Verwaltung

2015 by HoGa Webdesign
Ga naar boven