Het dorp Andrup bestaat al zeer lange tijd. In 947 behoorde het dorp al tot de provincie "Sigibert". Al in verhalen van voor die tijd, uit het jaar 822, wordt de naam van het dorp samen genoemd met het landgoed "Keseforden" (Kaasfort).

De geschiedenis van Haseluenne werd sterk gevormd door het klooster "Corvey" en de "Burgmaenner" van Schatte en Monnich. In de buurt van de ingang van het dorp bouwde de heer von Schatte het kasteel "Schwakenburg", welke al dateert uit 1336. Later bouwde de heer von Monnich het landgoed "Eickhoff" aan de achterkant van het dorp.
Hoe dan ook, het lijkt er op dat de "Burgmaenner" van von Langhals de stichters waren van de Schwakenburg. Op 4 december 1439 verkocht ene Claus von Langhals het Schwakenburg voor 100 gulden aan Engelbert von Langen. Enige tijd later nam de heer von Schatte bezit van het landgoed. Hij had geen kinderen en toen hij overleed namen de heren von Langen het bezit over. De zuster van de heer Engelbert, Gertrud, was getrouwd geweest met de heer von Langen van Meppen en Kreyenborg (vlakbij Lehrte). Hun oudste zoon Rolf von Langen werd beloond met de schatten van Lehen en werd zo in 1458 eigenaar van het landgoed Schwakenburg.
In de periodes van oorlog die volgden werd de Schwakenburg plat gebrand tijdens een invasie van de graaf van Oldenburg in 1538. De toenmalige eigenaar Andreas von Langen ontving geen enkele verliescompensatie. Op 14 februari 1631 gaf de bisschop van Osnabrueck, Franz Wilhelm von Waterberg, het landgoed over aan Michael Kobolt von Tambach.
Ten gevolge van een redetwist over het testament werd 100 jaar later het hele landgoed verplicht geveild. Een zakenman uit Haseluenne, Heinrich Russel, kocht het landgoed op 14 Juli 1796 voor 13.600 Nederlands Florijnen. Na zijn dood bleef het landgoed eigendom van zijn vrouw. Zij overleed in 1839 en gaf het Schwakenburg over aan haar zoons en schoonzonen. Uiteindelijk werd Anton Heyl van Meppen, één van de schoonzoons, de enige eigenaar. Zijn zoon Karl Heyl bood het hele landgoed te koop aan aan het hertogdom van Meppen, maar deze wilde het niet kopen. Het landgoed raakte in verval en werd uiteindelijk in 1870 gekocht door de boer Wilhelm Stolte uit Anrup.


Waarschijnlijk rond het midden van de 15e eeuw is het "Schultenhof" in Anrup omgebouwd en werd het het landgoed "Eickhoff". De zuivelboerderij Schultenhof was er verantwoordelijk voor dat alle boeren 10% van hun oogst afstonden aan het klooster Corvey. De familie von Monnich nam bezit van het landgoed in 1435 en behielden het tot het eind van de 17e eeuw. Het landgoed Eickhoff veranderde in 1691 van eigenaar door de ruilverkaveling; vleugelluitenant Gerhard von Dumpstorp werd de nieuwe eigenaar. In 1781 werd het landgoed voor 12.097 Duitse "Taler" verkocht aan drie inwoners van Andrup. De heer Bueter, Claus Haring en Herman Hilling verdeelden het landgoed in drieën. Het Herenhuis van de Eickhoff werd afgebroken in 1781 en de toenmalige eigenaar, Hermann Nuesmann bouwde er een groot herenhuis in 1927, dat er tegenwoordig nog steeds staat. Sinds 1988 is het in bezit van de familie Rolf Loening.

  

De naam Anrup bevat de lettergreep "rupe", wat tot de veronderstelling leidt dat het een afgeleide is van "ripe", wat in het Duits "vestiging aan de oever" betekent. Dit is aannemelijk omdat het dorp direct aan de oever van de rivier de Hase gelegen is. In 947 heette het dorp "Anarupe" en vanaf de 11e eeuw werd het "Anrepe" genoemd. Zoals vele andere dorpen in het Ems-gebied behoorde het tot het bezit van het Klooster Corvey. De bijdrage van de verschillende dorpen is gedocumenteerd in het register van het jaar 1107. Volgens dit register moest Andrup 98 schepels rogge en 37 schepels gerst afstaan. Daarnaast moesten de inwoners van Andrup 24 "Denare" (toenmalige geldstuk) betalen. De boeren moesten 10% van hun oogst aan de "Salhof" afstaan. Deze landgoedbestuurder, de "Meier", moest alle bijdragen verzamelen en ze doorsturen aan het klooster Corvey. De eigenaars van de landgoederen werden "Lite" of "Late" genoemd, wat betekende dat er erfrecht van het landgoed bestond, welke normaal gesproken tot de gehele familie behoorde. Omdat de abt van het klooster ver weg woonde had hij waarnemers voor de Salhoefe aangesteld. De "baljuw" (rechtelijk ambtenaar uit vroegere tijd) van het monnikenklooster nam beslissingen in goddeloze kwesties en oordeelde over leven en dood. Hij ontving niet alleen een salaris, maar hij kreeg ook één derde van alle boetes die betaald moesten worden. Door de onstabiele juridische situatie in de middeleeuwen wees het klooster de baljuw nog een taak toe: de verdediging tegen plunderende, nabij wonende boeren. Omdat een baljuw een degelijke kracht moest bezitten, werd er voor deze positie vaak een goddeloze leider gekozen. In het geval van Anrup lijkt het erop dat de baljuw het landgoed liever belachelijk maakte dan dat hij het verdedigde. Rond het jaar 1200 werd de Salhof van Anrupe niet meer genoemd in de registers. In het jaar 1252 nam de bisschop van Muenster bezit van de eigendommen van Ravensberg. Pas in 1803 veranderde het weer van eigenaar.

Er is maar zeer weinig informatie gevonden over Anrup in de tijden die volgden. Men weet slechts dat Johann Monik het land "Auf dem Andorper Esche" over heeft gedragen aan de kerk van Haseluenne.
Het lijkt erop dat er in de 17e eeuw in Anrup al les werd gegeven op scholen. In het haar 1696 ontving de directeur van de school, Clas Harning, 27 "Steuber" lesgeld van een organisatie die de belangen van de arme kinderen in Haseluenne behartigden. In het jaar 1792 wordt nog een school genoemd in Andrup. In die tijd was het heel normaal dat er alleen gedurende de wintermaanden les werd gegeven. Waarschijnlijk waren het de zoons van de boeren die de leerlingen les gaven.
In het midden van de 19e eeuw werd er in het dorpscentrum een nieuwe school gebouwd. Dit gebouw bestaat vandaag de dag nog steeds. Doordat het aantal scholieren sterk toenam werd er in 1959-1960 op de grens met Lage nog een school bij gebouwd. In deze periode werd ook de woonwijk "Grenzweg" aangelegd. Tegenwoordig wordt de school nog steeds gebruikt als basisschool Andrup-Lage.


Tot 1 juli 1964 was Andrup onafhankelijk. Op deze datum sloot het dorp zich aan bij de kerkelijke gemeente Haseluenne. Ondanks dat Andrup een sterke verbondenheid heeft met de omliggende dorpen Lage en Lotten, heeft het een eigen leven. Er bestaan een gezamenlijke schietclub Andrup-Lage en dankzij gezamenlijke inzet is er het clubhuis Andrup-Lage-Lotte, de in 1979-1980 gebouwde klokkentoren en de in 1980 opgerichte sportclub SV Polle. De huidige burgemeesterin is Bernadette Wachelau.
Door de eeuwen heen is het inwoneraantal van Andrup continu gestegen. In 1652, vlak na de einde van de 30-jarige oorlog, had Andrup 175 inwoners. De aantallen voor de daarop volgende jaren zijn als volgt: 1749: 191 inwoners, 1807: 178 inwoners, 1861: 252 inwoners, 1900: 253 inwoners, 1939: 371 inwoners, en 1955: 431 inwoners. Vandaag de dag heeft Andrup 397 inwoners. Het is belangrijk te melden dat in het midden van de 19e eeuw veel inwoners van Andrup emigreerden naar, onder andere, de Verenigde Staten en Hongarije. Uit documenten uit het emigratie register kunnen we opmaken dat er tussen 1831 en 1882 niet minder dan 45 personen emigreerden van Andrup naar de Verenigde Staten. In ditzelfde register zijn documenten gevonden waaruit blijkt dat 12 inwoners van Andrup in 1858 naar Hongarije emigreerden en zich vestigden in het "Theiss-gebied" dichtbij de stad Toeroek Szent Miklos. Om financiële redenen keerden zij allen nog voor 1870 terug naar Duitsland.

 

 

Stadt Haselünne | Rathausplatz 1 | 49740 Haselünne | Tel.: 05961/509-0 | EMail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Öffnungszeiten der Verwaltung

2015 by HoGa Webdesign
Ga naar boven